zondag 24 november 2013

Verhuisd

Deze blog wordt niet meer bijgehouden. Artikelen van Sandra Holleman over ons voedselsysteem, waaronder haar maandelijkse column Arnhemse Spruyt voor Arnhem-direct, verschijnen op www.sandraholleman.nl

dinsdag 12 november 2013

De huidige inrichting van ons voedselsysteem is een aflopende zaak

Met Dynamic Food heb ik onlangs een boek gemaakt over ons toekomstig voedselsysteem. Hiervoor heb ik een aantal vakspecialisten geïnterviewd en vele essays geredigeerd. Onlangs heb ik ook zelf een stuk geschreven, waarin ik een aantal punten binnen ons voedselsysteem belicht.

De huidige inrichting van ons voedselsysteem is een aflopende zaak
Wanneer we in de toekomst, gezond, lekker en divers willen kunnen eten, staan we voor een groot aantal uitdagingen. Misschien wel de belangrijkste uitdaging is de dreigende voedselschaarste. De landbouwproductie heeft enorm kunnen toenemen door de inzet van veredeling, kunstmest en bestrijdingsmiddelen, waardoor er nu 145% meer voedsel wordt geproduceerd dan een paar decennia geleden.1 Niettemin zal er door de groeiende wereldbevolking, de klimaatveranderingen en het opraken van de voorraad aardolie en meststoffen als fosfaat 2 in de toekomst niet voldoende voedsel zijn voor iedereen. Tenminste, niet als we zo doorgaan als nu.

We hebben nog nooit minder aan voedsel uitgegeven dan vandaag de dag.3 Louise Fresco schreef dit jaar in NRC dat boer en supermarkt makkelijker te sturen zijn dan het gedrag van de consument. Dus zolang er geen honger in het voorruitzicht ligt, maakt het grootste deel van de consumenten zich niet druk om zijn eten en zullen de meeste mensen met (in hun ogen) belangrijkere dingen bezig zijn.4 Als uiteindelijk vanwege de schaarste de voedselprijzen zullen stijgen, zal de consument gedwongen worden bewust in te kopen.

Ik verwacht dat boeren in de toekomst dát gaan produceren wat hen zo min mogelijk grondstoffen en oppervlakte zal kosten en zoveel mogelijk voedsel oplevert (bijvoorbeeld aardappels in plaats van rijst ). Ook precisielandbouw (gerichte en minimale dosering van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en water) heeft de toekomst.6 En er zullen rassen gekweekt worden die bestendig zijn tegen extreme droogte of overstromingen. Voor elke kilo vlees is nu vier kilo plantaardig voedsel nodig.7 Een inefficiënte productiewijze, die vlees uiteindelijk tot luxeproduct zal maken.8 Een goed stukje biefstuk wordt misschien wel net zo duur als een fles Château Mouton-Rothshild uit 2007.

De schaalvergroting die reeds in gang is gezet zal zich verder uitbreiden. Sommige gebieden zijn simpelweg zo aantoonbaar geschikt om een bepaald soort gewas te telen, dat de productie van dat gewas zich volledig naar die gebieden zal verplaatsen.9 Met schepen varend op biobrandstof worden deze producten vervolgens getransporteerd naar de landen waar de vraagprijs het hoogste is. Een gevolg van de schaalvergroting is dat de biodiversiteit verder afneemt. Om dat te voorkomen zullen overheden en de ‘good food’ beweging zoveel mogelijk mensen blijven gaan enthousiasmeren om lokaal te produceren. (Lokale) overheden zullen eetbare groenvoorzieningen aanleggen en vergeten groenten zullen volop op balkons en in tuinen worden gekweekt.

De positie van (lokale) boeren verbetert. Er komen meer vragers, maar het aanbod blijft ongeveer gelijk, waardoor boeren kunnen kiezen aan wie ze leveren. Nu draaien de industrie en de supermarkt boeren nog de nek om. maar de macht in de voedselketen gaat verschuiven en nieuwe alternatieve voedselnetwerken worden ontwikkeld. Consumenten zullen, zonder de tussenkomst van de supermarkt, de directe weg naar de boer vinden10 en worden door de overheid aangespoord om gezonder te eten. De overheid neemt eindelijk maatregelen om via het voedselsysteem de volksgezondheid te stimuleren. Gezond eten verkleint de kans op ziekten en overgewicht 11 en als de consument aantoonbaar gezond eet, zal deze in de toekomst minder zorgpremie hoeven betalen.

Ik ben ervan overtuigd dat de huidige inrichting van ons voedselsysteem een aflopende zaak is. Maar als we onze manier van produceren tijdig aanpassen, zullen we in de toekomst kunnen vasthouden aan onze huidige eetcultuur. Het enige wat we dan echt moeten leren minderen of opgeven is de consumptie van vlees.

Misschien is het zo gek nog niet, een biefstuk savoureren met dezelfde eerbied die we nu kunnen opbrengen voor een goed glas wijn.

Bronvermelding1 Essay Joost Reus, Dynamic Food boek (2013)
2 TedTalk Mohamed Hijri
3 Carolyn Steel, De hongerige stad, NAi uitgevers (2008)
4 Jan Peter van Doorn, Volkskrant (1 november 2013)
5 Adjiedj Bakas, The future of FOOD, Sriptum (2012)
6 Essay Tiny van Boekel, Dynamic Food (2013
7 Adjiedj Bakas, The future of FOOD, Sriptum (2012)
8  Interview Lars Charas, Dynamic Food (2013)
9 Interview Mac van Dinther, Dynamic Food (2013)
10 Interview Lars Charas, Dynamic Food (2013)
11  http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/voeding

zondag 27 oktober 2013

Een half jaar na het experiment


In de maand april hield ik een blog bij. Alles wat ik at, hield ik bij in een voedingslijst. Ik probeerde de herkomst en ingrediënten van alles wat ik in mijn mond stopte te achterhalen. Mijn doel was het om meer te weten te komen over wat ik eet om zo betere keuzes te maken in wat ik koop.
Nu, een half jaar na het experiment, blik ik terug om te kijken of dit experiment mijn eetgedrag heeft veranderd.
Dynamic Food
Doordat ik dit jaar intensief betrokken ben het platform Dynamic Food heb ik veel geleerd over ons huidig en toekomstig voedselsysteem. Naast interviews met diverse vakspecialisten en het redigeren van essays voor het Dynamic Food boek, heb ik tijdens de Super Streek Weken in april ondervonden hoe het was om een week lang alleen maar lokale producten te eten en een week lang alleen maar supermarktproducten te eten.
Tijdens de Super Streek Week at ik – samen met een deel van het Dynamic Food team – een week lang alleen streekproducten eten. Om het nog moeilijker te maken, hielden we een vast menu aan, gebaseerd op wat de initiator van Dynamic Food; Annelou van Griensven normaal thuis eet.
We moesten ons houden aan de volgende regels:
Regels Streekteam
  • Producten moeten afkomstig zijn uit een straal van veertig kilometer rondom de stad
  • Het hoofdingrediënt van een verwerkt product moet in de regio geproduceerd zijn
  • Eet zoveel mogelijk biologische producten
  • Eet zoveel mogelijk seizoensgebonden producten
  • Probeer zoveel mogelijk producten van het land te kopen (in plaats van in de kas)
Hoe dit is verlopen kun je teruglezen in eerder blogs of in het Dynamic Food boek, te bestellen via de website van Dynamic Food.
Lokale producten
Dankzij het experiment weet ik steeds beter waar ik lokale producten kan kopen en ben ik steeds meer lokaal gaan eten. In Arnhem is vlak na het experiment de Junior Foodshowroom geopend, een pop-up kruidenier waar ik terecht kan voor een groot deel van mijn dagelijkse boodschappen. Zo wordt lokaal eten wel heel gemakkelijk. Ook de boodschappenservice Puurland begon vlak na het experiment, maar omdat ik een volkstuin heb is dit voor mij niet praktisch. Ik wil namelijk zo min mogelijk eten weggooien.
Ik weet nu beter waar ik lokale producten kan krijgen, ze smaken me over het algemeen beter ( ze zijn vaak verser). Ook waardeer het persoonlijk contact wat ik heb als ik naar de Slagerij, de Zuivelboer of de boerenmarkt ga erg. Ik vind het fijn om te weten waar mijn producten vandaan komen.
Ik weet dat lokaal (of biologisch) niet altijd duurzaam is en dus ook niet altijd beter voor is het milieu, maar toch vind ik het geruststellend om te weten dat mijn producten van dichtbij komen en kies mijn leveranciers bewust. Ik hoef natuurlijk niemand uit te leggen dat de walnoten uit de tuin van mijn oma, specialer zijn dan die uit de supermarkt.
Ik heb nu voor het tweede jaar een volkstuin en merk dat ik in de zomer nauwelijks nog groentes of fruit hoef te kopen. Ook nu nog kan mijn volkstuin me bijna helemaal voorzien in mijn dagelijkse behoefte  aan groente en fruit en oogst ik op dit moment onder andere frambozen, lente-ui, pastinaak, andijvie, aardperen, pompoen, courgette, wortels, paksoi, knolraap, postelein, rucula, spinazie en veldsla. Een deel hiervan is te danken aan de mooie nazomer. Ik heb veel zin om volgend jaar weer nieuwe dingen uit te proberen en zet steeds meer in op producten die niet of nauwelijks te verkrijgen zijn in de supermarkt. Dit jaar verbouwde ik bijvoorbeeld tuinmelde. Daarnaast wil ik steeds duurzamer gaan verbouwen en zet ik in op gewassen die weinig aandacht nodig hebben, zoals hyssop, daslook, rabarber, bessen en frambozen. Zo kan ik ook zonder schuldgevoel een week op vakantie.
Natuurlijk is het zelf verbouwen van voedsel niet bepaald duurzaam. Ik gebruik veel water bij het wassen en soms mislukt er iets. Toch geeft het me veel voldoening als iets wel lukt. Ik weet welke weg dit zaadje heeft afgelegd om op mijn bord te belanden.
SeizoensproductenDankzij mijn tuin maar ook dankzij het experiment leef ik steeds meer volgens de seizoenen en vind ik het een uitdaging om met deze producten te koken. Toch houd ik me er niet helemaal aan. Op dit moment is er nauwelijks biologisch en/of lokaal fruit te koop, moet ik dan de hele winter alleen maar appels en peren eten?
Biologisch
Ik eet bijna alleen maar biologische producten, maar als ik geen tijd heb om brood te kopen lunch ik toch nog op mijn werk en jawel ik ben ook nog regelmatig in de supermarkt te vinden.  Soms voel ik me schuldig over wat ik eet. Een biologische ananas wordt bijna altijd met het vliegtuig vervoerd vanwege de korte houdbaarheid, maar mag ik dan nooit meer ananas eten? Als ik in een restaurant eet, wat is dan de beste keuze? Als ik een keuze heb in de aanschaf van biologische pastasaus kijk ik tegenwoordig eerst naar de ingrediënten. Ik wil zo puur mogelijk eten met zo min mogelijk toevoegingen. Helaas zijn die ook vaak in biologische producten te vinden. Ik heb al die smaakversterkers toch helemaal niet nodig?
Waar baseer ik mijn keuzes op?
Ik probeer als consument zoveel mogelijk de juiste keuzes te maken, maar verdwaal soms een beetje in alle tegenstrijdige informatie. Ik weet nu bijvoorbeeld niet of ik in de herfst beter Spaanse tomaten (vervoerd in een vrachtwagen) of Nederlandse tomaten (wellicht al gekweekt een een verwarmde kas) moet eten. Ook heb ik nog niet helemaal voor mezelf bepaald wat ik belangrijker vind. Het liefst eet ik biologisch, lokaal, duurzaam, gezond en lekker. Toch is biologisch niet altijd duurzaam en lokaal niet altijd biologisch. Ook eet ik soms toch een stukje biologisch rundvlees, terwijl ik best wel weet dat dat niet duurzaam is. Als biologisch synoniem stond voor onsmakelijk, weet ik niet of ik mezelf ook een 'bewuste consument' durfde te noemen.
Ik blijf me in dit onderwerp verdiepen en hoop op die manier wel steeds beter en makkelijker keuzes te kunnen maken in wat ik eet.  Hoe meer ik leer over mijn voeding, hoe meer dingen ik laat staan. Gelukkig komen er ook veel dingen voor terug en vind ik veel 'fout voedsel' zoals kant-en-klare maaltijden en frituur vaak helemaal niet lekker.

dinsdag 23 juli 2013

Pieperpad


Vorige week fietste ik samen met mijn lief een stuk van het Pieperpad, een 1000km lange fietstocht door Nederland waarin het voornamelijk  om aardappels draait. We hebben vijf dagen lang door aardappelvelden gefietst, een aardappelboer gesproken én natuurlijk aardappels gegeten. Zou een van aardappels waar we langs zijn gefietst binnenkort op mijn bord belanden?

De route
We reden eerst vanuit Arnhem door de Veluwe richting Hierden, en begonnen de aardappelroute de tweede dag in Flevoland. Vanuit Flevoland reden we langs de Friese kust omhoog tot vlak onder Schiermonnikoog.  Als we tijdens de route echt alleen maar aardappels hadden gezien, dan was de route tamelijk saai geweest, maar gelukkig werden de aardappelvelden afgewisseld door kleine, maar gezellige plaatsjes als Lemmer, Hindeloopen en Dokkum. Ook fietsten we voor een groot deel langs het water (IJsselmeer en de Friese kust). Naast aardappelplanten met vrolijke roze en/of witte bloemetjes, kwamen we ook langs velden vol appels, maïs, wortel, witlof, ui etc.. De meeste aardappelboeren verbouwen naast aardappel  dan ook allerlei andere groente.  Maar eens in de vier of zelfs zeven jaar staan de aardappelplanten op het zelfde veld. Dit om de grond gezond te houden en ziekten te voorkomen.  

Noordoostpolder
De eerste dag fietsten we door de Noordoostpolder, waarschijnlijk door het saaiste landschap van Nederland.  De man die onze hele dag hier goed maakte was Niek Vos, een hartverwarmende biologische aardappelboer uit Kraggenburg. Niek gaf zijn middagslaapje op om met ons naar zijn aardappelvelden te fietsen drie kilometer verderop. Zijn vader, die destijds woonde in de Admiraal de Ruytersweg in Amsterdam, had in de jaren vijftig geholpen de polder droog te leggen en kreeg als beloning na twee jaar een boerderij. Niek en zijn gezin wonen hier nog steeds.

Niek is ondertussen al drieëntwintig jaar biologische boer, en was daarvoor ook al twintig jaar als boer aan het werk. Samen met kweekbedrijf Meijer hebben Niek en zijn vrouw in 2008 de Bionica aardappel gekweekt die de aardappelziekte phytophthora kan weerstaan. We waren op zijn proefveldje waar hij diverse aardappelplanten heeft staan. Zodra een aardappelplant ziekteverschijnselen vertoond wordt hij weggehaald, de goede laat hij staan. Zo selecteert hij in eerste instantie alleen op ziekte, later wordt de aardappel getest op o.a. voedingswaarde en smaak.

Zittend in zijn aardappelveld vertelt Niek ons zijn verhaal. ‘Mensen laten de Bionica staan omdat hij wit is. Hij smaakt ‘gewoon’, maar de consument heeft liever gele aardappels op zijn bord.’ De supermarkten in Nederland hebben de Bionica nooit willen afnemen, maar gelukkig heeft Odin heeft de aardappel wel opgenomen in zijn groentepakket. Daarbij lieten ze vijfhonderd klanten een smaaktekst invullen. De klanten waren tevreden en daarom heeft Odin de Bionica nu dan ook echt in zijn assortiment opgenomen.  De Bionica zal  binnenkort overigens Niek’s witte gaan heten. De naam Bionica blijkt niet zo goed te verkopen en door de kleur van de aardappel juist te benadrukken als iets bijzonders, hopen ze de aardappel beter in de markt te kunnen zetten.  ‘Wellicht dat er zelfs een pakket wordt samengesteld, met allerlei verschillende kleuren groentes, waarin Niek’s Witte dan heel goed past’ , vertelt Niek.

Voordat Niek biologisch ging boeren moest hij zijn aardappelveld steeds vaker spuiten, veel boeren deden dat vanwege de angst voor een mislukte oogst.  ‘De producenten van pesticiden schilderen je een doemscenario voor’. Toen hij overstapte naar biologisch boeren werd hij veel  gewaarschuwd voor ziekten, maar al dat gespuit bleek allemaal niet nodig en het ging hem goed af. Ook zonder pesticiden bleven de aardappelen gezond. Destijds was hij ook een van de eerste biologische boeren en had hij weinig voorbeelden. ‘Tegenwoordig is het veel makkelijker om de overstap te maken.’

Tussen het veld staat dit jaar redelijk wat onkruid. ‘ Ik durfde het er dit jaar niet tussen uit te halen, vanwege het droge weer, maar het kan geen kwaad’.

Die avond aten we als enige op het terras van de Ducdalf in Espel. Ondertussen stopten er constant boeren om maaltijden af te halen. ‘Om achter de trekker op te eten’, zei de jongen die ons bediende.

Friesland
Vanuit Espel fietsen we de volgende dag naar Hindeloopen. We waren opgelucht weer op het ‘oude’ land te komen en waren verrast dat het landschap hier af en toe glooide. Langs de weg konden we o.a. courgettes en eieren kopen. Het landschap verklapte ook dat Nederland een belangrijke speler is in de zuivelindustrie; er waren in dit gedeelte van het land meer koeien dan aardappels. We maakten een tussenstop bij IJsboerderij De Buterkamp, waar we heerlijk biologisch ijs aten met verse aardbeien.  We eindigden die dag in het pittoreske Hindeloopen, waar we graag nog een dagje hadden willen blijven. Wel een mooie zonsondergang boven het IJsselmeer.

De dag erop hadden we het aan het einde van de dag wel een beetje gehad met de aardappelvelden. We fietsen met tegenwind naar St. Jacobiparochie, en ja dat hielp natuurlijk niet echt. Bij zorgboerderij Gerbranda State stopten we even, maar iedereen was erg druk. We konden helaas geen nieuwe aardappels van de boerderijwinkel meenemen in onze fietstassen, want we hadden al genoeg bagage bij ons. Die avond aten we in restaurant De Zwarte Haan, waar we langs de zee in ongeveer een uur naar toe liepen vanaf onze Bed en Breakfast. Bij ons gerecht aten we aardappelgratin en gebakken aardappels. De kok kon even niet op de naam van de boer komen, maar hij wees er wel op dat de goede man op de voorkant van het pieperpad boekje preikt. Omdat er geen taxi kwam, was de kok zo lief ons zelf naar huis te brengen.

Op onze laatste echte fietsdag hadden we weer veel wind en besloten we niet meer naar Engwierum te fietsen om daar onze laatste boer te bezoeken, maar om vanuit Dokkum direct naar Bollingawier te fietsen.  Dat kwam ook omdat we s’ochtends een SRV-Wagen waren tegengekomen, waar we uit nostalgie een tijdje zijn blijven kletsen.  Blijkbaar rijden er nog vierhonderd van deze mobiele supermarkten rond in Nederland!

Bij de Waard van Ternaard in Ternaard hebben we die avond het beste gegeten op de hele route, met jawel bij een van de amuses, aardappelschuim.  De producten zoveel mogelijk biologische en uit de streek. Zeker een aanrader! 

De volgende dag reden we terug naar Leeuwarden en pakten we vanuit daar de trein naar Arnhem. Tijdens de treinrit gleden er nog een aantal aardappelvelden voorbij.

Conclusie
Ik wist niet dat Nederland zo stil en leeg kon zijn, dat was heerlijk. Ik wil echter nooit meer terug naar de Noordoostpolder, vanwege het kale saaie landschap en de verschrikkelijk lelijke steden, maar ik ben erg blij dat we boer Niek daar hebben gesproken en dat ik heb ervaren hoe het is om door dit jongste stukje van Nederland te fietsen. De route door Friesland was voor het grootste gedeelte erg mooi en soms ook verassend. Ik kom graag weer terug om meer van deze provincie te ontdekken.

Het meest bijzondere stukje van het pieperpad was voor mij de omgeving rondom St. Jacobiparochie en Bollingawier. Daar was ik graag nog even gebleven om te genieten van de stilte en te luisteren naar de wind.  De mensen die we zijn tegengekomen en de B&B’s waar we zijn gebleven waren stuk voor stuk bijzonder. We hebben veel fascinerende verhalen verzameld, en hadden ontzettend mazzel met het weer. Het was telkens tussen de 21 en 25 graden en we hadden in het begin geen wind. Als het had geregend, waren we waarschijnlijk eerder naar huis gegaan.

Als afsluiting van de route, ga ik deze week de Frieslander aardappels in mijn volkstuin oogsten. Daarna sluit ik dit aardappelhoofdstuk even af, ik heb even genoeg aardappelvelden gezien. Ik heb Niek beloofd om volgend jaar zijn aardappels in mijn tuin te poten. Wil je dat ook? Bestel de Bionica pootaardappelen dan hier >>

Een aantal tips voor als je ook het pieperpad wil fietsen:
  • Koop fietskaarten ( de anwb fietsknooppunten staan niet overal op de route even goed aangegeven en de kaarten in het boekje zijn niet altijd gedetailleerd genoeg).
  • Houd rekening met tegenwind!
  • Als je niet alleen van A naar B wil fietsen, maar ook tussendoor wat dingen wilt bezoeken, fiets dan niet meer dan zestig kilometer per dag
  • Bel de boeren die je wilt bezoeken eerst even op, telefoonnummers staan in het boekje.


vrijdag 7 juni 2013

Alles over aardappels

Volgende maand fiets ik in zes dagen samen met met lief van Arnhem naar Leeuwarden. We fietsen langs verschillende biologische aardappeltelers en slapen in verschillende Bed & Breakfast. We fietsen niet in een rechte lijn, maar gaan een deel van het Pieperpad fietsen; een aardappelfietsroute van Zeeland naar Friesland. We fietsen overigens maar een deel van de route; via de Veluwe naar Flevoland en daarna langs de kust van Friesland. Op deze blog zal ik in half juli verslag doen van de fietsroute.

Waarom de Aardappel?
Vorig jaar stopte ik voor het eerst een aardappel in de grond. Na een paar weken ontstonden er prachtige struiken met besjes en bloemen eraan. Een paar weken later stierf alles af. Ik dacht eerst dat ik iets niet goed had gedaan. De volkstuinvereniging waarschuwt niet voor niets jaarlijks voor de aardappelziekte. Iedere volkstuinder is daarom verplicht de aardappels op een door de vereniging aangewezen plek te telen om ziektes en plagen te voorkomen. De aardappels mogen pas na vier jaar weer op dezelfde plek geteeld worden. Gelukkig bleek het afsterven van de planten niets te maken te hebben met deze ziekte, het was gewoon tijd om te oogsten.  De ene na de andere aardappel kwam uit de grond. Ongelooflijk hoeveel opbrengst ik had van die paar aardappelen die ik in de grond had gestopt. Ze smaakten veel lekkerder dan de aardappels uit de supermarkt en waren daarom erg snel op. Dit jaar wilde ik twee andere aardappelrassen poten en toen kwam ik erachter dat er meer dan 4000! rassen zijn. Dat was een reden om me er verder in te verdiepen.

Ik las het boek 'Botanica van het verlangen' van de Amerikaanse Michael Pollan, waarin hij verteld over de geschiedenis van de aardappel en over de wens om met de (genetisch gemodificeerde) aardappel de natuur te beheersen. Zelf pootte hij in zijn eigen tuin een aantal genetische gemodificeerde en gepatenteerde aardappelen van Monsanto en onderzocht of hij deze aardappelen durfde te eten. Op het label van de pootaardappelen stond namelijk dat de aardappelplanten zelf als pesticide geregistreerd waren bij de Noord-Amerikaanse dienst voor milieubescherming. Afgelopen maandag was ik bij een lezing van dezelfde Amerikaanse schrijver, waar hij vertelde dat de aardappels die Mac Donalds in Amerika van grote geïndustrialiseerde boerderijen krijgt, tot zes weken na het oogsten nog giftig zijn. Ik weet niet of dit overdreven is, maar er zal een kern van waarheid in zitten. Voor mij in ieder geval nog een reden om biologisch te blijven eten.

Cijfertjes
Hoe groot is dan eigenlijk het aandeel van biologische aardappels in Nederland? Volgens aardappels.nl is ongeveer 5% van de aardappels die verkocht worden in Nederland biologisch, echter niet alle biologische aardappels komen uit Nederland. Volgens Compendium van de leefomgeving telt Nederland in 2012 48,6 hectare biologische landbouwgrond, daarmee wordt op 2,6 % van het totale landbouwareaal biologisch geboerd. In 2012 is de biologische landbouw met  2,1 procent gestegen. In vergelijking met Europa is de biologische landbouw in ons land overigens erg klein. Ter vergelijking: Oostenrijk (18,9%), Zweden (15,7%), Estland (14,1%, Tsjechië 13,1%) Het aantal biologische aardappelboeren ten opzichte van reguliere boeren kan ik jullie helaas (nog) niet vertellen.

Pieperroute
Ik ben benieuwd hoe deze cijfers zich vertalen naar het landschap waar ik doorheen ga fietsen. Waarschijnlijk is het verschil tussen biologische en gangbare aardappelvelden erg klein. Al heb ik me laten vertellen dat je biologische aardappelvelden kunt herkennen aan het onkruid wat er staat.  Ik ben benieuwd naar het landschap en naar de verhalen van de boeren. Vanaf half juli kun je er hier alles over lezen!










donderdag 9 mei 2013

Zijn streekproducten duurder?

Veel mensen hebben mij gevraagd of het eten tijdens de Streekweken niet veel duurder was dan tijdens de supermarktweek. Ik heb een poosje nagedacht of ik deze informatie in mijn blog zal zetten, maar ik heb besloten jullie toch een globale indruk te geven.

Eten uit de streek was goedkoper dan ik had verwacht. Zo waren groente, fruit en aardappels op de biologische markt goedkoper dan in de supermarkt en was de biefstuk van de biologische slager net zo duur als de biologische biefstuk van de supermarkt. Wel waren de kippenbouten vrij prijzig (duurder dan de biefstuk), maar daar staat tegenover dat ze in de meeste supermarkten niet eens biologische kippenbouten verkopen. Volgens de supermarkt gaat de consument veel vaker voor gemak en willen we geen kip met botjes meer eten. Ik ben blijkbaar een van de weinige mensen die dat jammer vindt.

Natuurlijk zijn er ook dingen die in de supermarkt echt goedkoper zijn. Honing als vervanger van suiker is een stuk prijziger en de zuivel van de boer is iets duurder. Pastameel uit de streek kost ongeveer 3 euro per kilo, een pak (gedroogde) biologische spaghetti (500 gram) 1,29 euro. (bio+ bij AH). Als je de tijd die je bezig bent om zelf de pasta te maken niet meetelt, is het prijsverschil desondanks gering. Alcohol uit de streek is wel veel duurder. Een fles regiowijn koste ons rond de veertien euro, een kruik streekbier (750 ml) rond de acht euro. Natuurlijk kan je de ene fles wijn moeilijk met de andere vergelijken, omdat je ook rekening zou moeten houden met de kwaliteit ervan. Een supermarktwijntje van rond de 5 euro is toch lang niet zo lekker als de streekwijn uit Groesbeek of Wageningen.

Wat het eten tijdens de streekweken overigens extra goedkoop maakte is dat we niet echt konden snoepen. Ook konden we buiten de deur niets eten of drinken. Dus niet snel naar de AH to go of tussendoor even een frietje halen. We moesten onze eigen lunch meenemen naar het werk en aten veel meer brood. Gelukkig is het streekbrood in onze regio erg lekker en net zo duur als vergelijkbaar biologisch brood. Als je het zelf bakt ben je wellicht nog goedkoper uit. Ik zeg wellicht, omdat ik niet kan inschatten hoeveel het energiegebruik van een broodbakmachine of een oven precies kost.

In de streekweken misten vooral thee,  dat kwam met name omdat we begin april begonnen. Ondertussen kan ik alweer dagelijks munt plukken uit mijn volkstuin. Dat ene verse muntplantje wat ik ooit voor twee euro op de markt heb gekocht, is inmiddels tot 2m2 aan muntplanten uitgegroeid. Dat terwijl een bakje van 40 gram in de supermarkt dezelfde twee euro kost. Dit jaar ga ik ook diverse kruiden uit mijn tuin drogen (bijvoorbeeld kamille of citroenmelisse), om daar in de winter thee van te kunnen trekken.

Tegenwoordig is het overigens ook helemaal hip om met onkruid te koken. Uit de streek en ook nog eens helemaal gratis. In Arnhem organiseert Casa Foresta zelfs wildplukworkshops. Ook worden er verschillende boeken geschreven over onkruid, zoals bijvoorbeeld het onkruidboek. Als je zelf wilt gaan plukken kun je terecht op een aantal websites, zoals de wildplukwijzer.

Ondertussen is het eetexperiment al ruim een week voorbij en eet ik weer 'normaal'. Streekgroente en -fruit heb ik al twee keer op de biologische markt gehaald, maar dit vul ik wel aan met dingen uit de supermarkt. Gelukkig is de volkstuin ondertussen ook weer een (bescheiden) bron van voeding. Niet alleen de munt, maar ook rabarber en radijsjes heb ik al volop kunnen oogsten. Deze week aten we voor het eerst kervelsoep, met daarin kervel, bieslook, peterselie, tijm en lavas (maggieplant), allemaal uit de tuin. Daarin dan wel weer een scheutje melk uit de supermarkt. Waarom geen melk uit de streek? Dat had helaas niets te maken met prijs, maar alles met openingstijden.

donderdag 25 april 2013

Ik mag weer 'normaal' eten

Deze week mag ik weer zo goed als alles eten. Na een week streekproducten en een week supermarktproducten wilde ik niets liever dan terugkeren naar een 'normaal' eetpatroon.

Afgelopen twee weken at ik bijna iedere avond samen met het Dynamic Food team. Men zegt dat eten verbindt en dat was in het geval van het team ook zeker zo, maar er is ook een andere waarheid. Twee weken lang had ik geen tijd om 's avonds met vrienden te eten, kon ik geen drankje drinken in een café en geen lunchafspraken plannen. Ik ben daarom blij dat ik morgen weer pasta kan eten bij Cosi en mijn eerste kop thee op het terras bij Café Vrijdag smaakte maandagmiddag heerlijk.

Tijdens de supermarktweek viel het me op hoeveel producten (onnodig) verpakt waren. De informatie op de verpakkingen zeggen me meestal niets. Ik weet niet waar de meeste e-nummers voorstaan, maar ook bij carnaubawas, maltodextrine en natriumnietriet kan ik me niet direct een beeld vormen. Meestal wist ik dus niet wat ik nou eigenlijk precies at. Ik snap ook niet waarom er zoveel toevoegingen in producten moeten zitten. Ik heb liever dat mijn producten iets minder langs houdbaar zijn en ik vind het ook niet erg als mijn brood iets minder glanst. Waar de dingen die ik eet vandaan komen is vaak niet te herleiden. Soms staat er nog bij 'van biologische oorsprong', soms staat het land van herkomst erbij, maar meestal is er helemaal niets te vinden over de herkomst van de producten. Zelfs bij groenten of fruit is dit niet altijd duidelijk aangegeven. Bij de kiwi's in de supermarkt stond bijvoorbeeld dat ze uit Nieuw Zeeland of Californië kwamen.

Door het onderzoek weet ik nu beter waar mijn producten vandaan komen en weet ik ook beter waar ik streekproducten koop. Dat je deze nauwelijks vindt bij de Arnhemse natuurwinkels zoals Estafette, Eko Plaza en Dynamiek , was een van de grootste teleurstellingen deze weken.  Er wordt door de winkels toch een ander beeld gecreëerd.

op de facebookpagina van Estafette

Door bewust in te kopen, kun je dingen veranderen. Ik kies ervoor dat te geloven. Misschien is dat naïef, maar dinsdag kwam in Tros Radar voorbij dat de meeste consumenten bijdragen aan de bijensterfte. Om de bijen te redden mag je geen bespoten fruit en groenten kopen, alleen nog maar biologisch brood eten. Ook moet je opletten dat ingredienten in verwerkte producten niet bespoten zijn. Aflevering Tros Radar > (item bijensterfte begint bij 9 minuten). Ik voel me hierdoor aangesproken, want natuurlijk wil ik niet dat de bijen uitsterven.

Tot en met 30 april houd ik alles wat ik eet bij in de voedingslijst, maar ik durf nu al wel te zeggen dat door dit onderzoek mijn eetgedrag is veranderd. Ik maak andere keuzes. Van een aantal dingen was ik me al bewust, zo kocht ik al voornamelijk biologische producten en eet ik geen industrievlees, maar nu ga ik nog een stapje verder.

Als ik kan kiezen tussen twee soorten brood, kies ik vanaf nu degene met de minste ingredienten. Als ik zelf brood bak, maak ik dat van meel, water, gist en zout. Meer hoeft er dan toch niet in te zitten? Ook heb ik me voorgenomen vaker naar de biologische markt te gaan (als mijn moestuin het toelaat). Als ik kan kiezen tussen een peer uit Nederland of een peer uit Argentinië kies ik de Nederlandse. Natuurlijk hebben mijn keuzes ook te maken met smaak. Het streekbrood vind ik veel lekkerder dan brood van de supermarkt en ik zal in een restaurant soms ook gewoon kiezen voor het lekkerste gerecht en niet voor het meest verantwoorde gerecht.

Het is goed om te weten wat er in mijn eten zit, maar soms kies ik er toch voor om deze informatie een beetje te negeren. Als ik ergens wat eet wil ik niet altijd lastige vragen stellen. Gister heb ik eerst wat dropjes in mijn mond gestopt en daarna pas op de verpakking gekeken. Ik heb bewondering voor mensen die die alleen nog maar biologische streekproducten eten, maar ik ben hier zelf te zwak voor. Gelukkig sta ik daarin niet alleen. Eerlijk gezegd ken ik ook geen streekfundamentalisten, alleen een aantal vegetariërs en en handvol veganisten.

woensdag 17 april 2013

Hoe doen jullie dat? Eten uit de streek

Geruststellend nieuws. Stel, Nederland komt in een buitengewone crisissituatie terecht, waardoor er geen import en export meer mogelijk is. Er blijkt dan voldoende voedsel te zijn voor iedereen: brood, aardappelen, suiker, peulvruchten, groenten, fruit, melk, vlees en eieren, het is er allemaal. Dit menu is aan te vullen met voedsel uit eigen moestuin, van brouwerijen, jacht en visvangst. Nieuwsbericht gemist >

Vorige week at ik als lid van het streekteam van Dynamic Food alleen maar streekproducten, deze week profiteer ik als supermarktteam-lid optimaal van de voedselexport en -import. Eindelijk weer thee en chocola. Maar een mens is nooit helemaal tevreden; nu mis ik weer het lokale eten. Het supermarktbrood is veel minder lekker dan het streekbrood en lokale appels hebben veel meer smaak.

Vorige week leefde ik in een overzichtelijke wereld zonder E-nummers en ingewikkelde toevoegingen met onuitspreekbare namen. We produceerden als streekteam veel minder afval en genoten meer van het eten. We koesterden onze maaltjes, omdat het zoveel moeite kostte ze bij elkaar te verzamelen.

Ik mag deze week niets eten uit de streek, maar ik mag er gelukkig wel over schrijven. Daarom ga ik vandaag in op een vraag die mij vorige week vaak is gesteld; 'Eten uit de streek, hoe doen jullie dat eigenlijk?'


Een definitie van het streekproduct

Onderzoeksbureau Motivaction heeft in 2009 het potentieel van Streekproducten onderzocht. In het onderzoek werden de termen Nederlandse Oorsprong, Streekproducten en lokale producten nader bekeken. Het bleek dat de meeste consumenten niet wisten wat deze termen betekenden. Een product dat bij de boer is gekocht, werd door de respondenten per definitie als betrouwbaar, authentiek en biologisch gezien. Klopt die aanname?

Ook kwam in het onderzoek naar voren dat de consument verward is geraakt over de kwaliteit van haar voedsel en dat zij de supermarkt wantrouwt. Verder worden streekproducten als lekker en gezond ervaren, maar slechts een deel van de Nederlanders is bereid er ook daadwerkelijk méér voor te betalen. 

Maar wat is nou eigenlijk een streekproduct? Alle producten komen toch uit een streek ergens uit de wereld? Hoe weet je of wat je koopt ook biologisch is of duurzaam is geproduceerd? Waar komen de producten op de boerenmarkt vandaan en waarom staan er op groente en fruit geen keurmerken?

Om te weten waar een product vandaan komt moet je vaak ernaar vragen bij de verkoper. Tijdens de streekweken kwamen we er achter dat ketens als Estafette en Ekoplaza nauwelijks streekproducten verkopen en bovendien vaak niet weten waar hun producten vandaan komen. Gelukkig kunnen andere bedrijven (bijvoorbeeld slagerij De Groene Weg) wèl de herkomst van hun producten herleiden, en staan op een streekmarkt een aantal boeren die de producten van hun eigen land verkopen.

In de supermarkt vind je daarnaast een aantal keurmerken. Meestal zit hier overigens geen onafhankelijke controle achter. Tenzij de producent is aangesloten bij Stichting Streekeigen Producten Nederland of het product een Europees keurmerk draagt. Ik heb de keurmerken voor jullie in een afbeelding gezet. Sommige producten dragen naast een van onderstaande keurmerken ook andere keurmerken, zoals het Scharrel- of EKO-keurmerk.


keurmerken voor streekproducten
De definitie van een streekproduct is per keurmerk verschillend. Willem & Drees verkoopt alleen producten van het seizoen en wil biodiversiteit en duurzame teelt stimuleren. Daarnaast kun je ervan uit gaan dat de Willem & Drees-producten nooit verder dan 40 km van de supermarkt vandaan komen. Bij het keurmerk 'van eigen erf' geldt een ratio van 100 km. Op de website van Mileucentraal vind je een overzicht van alle keurmerken en de definities die de keurmerken hanteren.  Er zijn overigens maar een aantal Nederlandse producten die een officiële Europese erkenning hebben. Nieuwsgierig welke dat zijn? >

Hoe vind ik producten uit de streek?
Eerst moet je voor jezelf bepalen wat jouw definitie van de streek is. Dat kan bijvoorbeeld je provincie zijn, maar het kan ook een specifiek gebied daarbinnen, bijvoorbeeld de Veluwe of de Liemers zijn. In Amerika is het 100mijl-dieet op dit moment populair. Dat komt neer op een ratio van 160 kilometer rondom je eigen woonplaats.

Daarnaast is het belangrijk voor jezelf te bepalen hoe streng je wilt zijn. Wil je een locavoor worden en echt alleen maar lokale producten eten, of mogen samengestelde producten voor een bepaald percentage uit de streek komen. Koffie, Chocolade, zout en peper worden helaas niet lokaal verbouwd, maar andere 'exotische' producten zoals paksoi en chilipepers vaak wel.

Daarna kan je op de lokale boerenmarkt,  bij een slagerij, kaaswinkel, natuurwinkel en soms zelfs in de supermarkt op zoek naar producten uit jouw regio. Let op dat regionale producten niet automatisch biologisch zijn en eieren dus ook niet altijd van scharrelkippen komen. Laat je ook hier niet verleiden door termen als 'ambachtelijk bereid' en mooie plaatjes van gelukkige koeien, maar ga op zoek naar meer informatie.

Er zijn ook een aantal handige websites zoals doedestreekproef.nl, streekproducten.startpagina
en nederlandsestreekproducten.nl, waar je direct producten uit jouw regio kan vinden en soms zelfs bestellen. Deze sites zijn helaas allemaal (nog) niet compleet dus geef niet te snel op en zoek via google verder naar specifieke producten. Zo hebben wij bijvoorbeeld walnotenolie gevonden door eerst te onderzoeken welke plantaardige oliën er allemaal zijn om deze vervolgens te combineren met onze gewenste regio.

Waarom streekproducten?

Er zijn een aantal redenen om streekproducten te kopen, zoals:
  • het stimuleren van de regionale economie en de werkgelegenheid. Veel producten worden gemaakt door kleine bedrijven die op een ouderwetse (ambachtelijke) manier produceren.
  • het milieu minder belasten. Lokale producten hoeven niet van ver te komen, waardoor er minder transport nodig is en dus ook een lagere C02 uitstoot. Probeer wel seizoensgebonden te eten. Een tomaat uit de kas kost meer energie dan een Spaanse tomaat van het land. Je kunt ook in een eigen moestuintje of op het balkon je eigen groente en fruit verbouwen.  Voor citroenen en avocado's is het in Nederland te koud, maar je kunt ze wel in je eigen keuken of woonkamer verbouwen. 
  • Veel streekproducten worden biologisch verbouwd en zijn afkomstig uit diervriendelijke veeteelt en duurzame visserij. Daarnaast bevatten ze doorgaans minder conserveringsstoffen. 
  • het stimuleren van de biodiversiteit. Het verbouwen van verschillende soorten houdt de natuur in balans en voorkomt uitgeputte landbouwgronden.
  • het ontdekken van nieuwe smaken. Veel lokaal verbouwde groente en fruit vind je niet in de supermarkt. 
  • voedselveiligheid. We weten vaak niet meer waar onze producten vandaan komen en weten niet of we grote bedrijven kunnen vertrouwen. Dat is met streekproducten anders.
  • behoud van de natuur. De koeien in de wei, bloeiende aardappelvelden en maïsvelden bepalen voor een deel ons landschap.
Een aantal streekproducten zijn duurder dan 'gewone' producten. Tijdens de streekweek hebben we ervaren dat het vinden van voedsel niet vanzelfsprekend is, waardoor we ook minder hebben weggegooid. De producten werden verkocht voor de prijs die het waard is. Veel producten die je in de supermarkt koopt, worden onder de kostprijs verkocht als lokkertjes voor consumenten of om de concurrentie uit te schakelen. Een fles wijn voor 2 euro is geen realistische prijs. Deze prijs is inclusief de fles, de kurk, het transport, de teelt, het persen van de druiven en winstmarges voor de wijnboer, de importeur en de supermarkt.

Zelf zal ik waarschijnlijk nooit een pure locavoor worden, maar ik vind het wel belangrijk om na te denken over wat ik eet om vervolgens mijn eigen keuzes te maken. Als ik kan kiezen tussen een appel uit Nederland of een appel uit Amerika, dan is de keuze snel gemaakt, maar ik kan me niet voorstellen dat ik nooit meer een ananas of een mango koop. Daarvoor speelt smaak voor mij een te belangrijke rol. Als ik moet kiezen tussen alleen maar streekproducten of alleen maar supermarktproducten zou ik wel voor streekproducten kiezen. Gelukkig hoef ik niet te kiezen en daarom verheug ik me nu al op mijn ontbijt van a.s. maandag: Streekbrood met roomboter en hagelslag en een grote kop thee (hopelijk met munt uit eigen tuin). Een perfecte combinatie van beide werelden.

Benieuwd wat ik de afgelopen dagen gegeten heb? In de voedingslijst houd ik dagelijks bij wat ik eet, waar het vandaan komt en wat de ingrediënten zijn. Volg ook ons experiment op facebook.

vrijdag 12 april 2013

Een terugblik op de week en de manier wij met voedsel omgaan

Het weekend is begonnen! Maar dan ook ECHT begonnen. Alle ingrediënten voor zaterdag en zondag zijn binnen en volgende week begint de supermarktweek.

Volgende week hoef ik een stuk minder te fietsen. Daar kijk ik nu al naar uit. Onderweg van mijn werk naar Dynamic Food kom ik drie supermarkten tegen. In plaats van schaarste moet ik straks dus kiezen bij welke supermarkt ik mijn boodschappen ga doen. Volgende week zal ik ook een stuk minder vaak ons project moeten uit te leggen. Alles wat ik nodig heb kan ik gewoon pakken. Ik kan me voorstellen dat ik alle behulpzame mensen ga missen als ik tussen de andere 'zombies' in de rij sta.

Deze week sprak ik veel mensen die mij hielpen. Sommige gaven mij tips waar ik eten vandaan kon halen, zoals bijvoorbeeld de tip van Froukje over theekruiden. Helaas kwamen die kruiden niet uit de juiste regio. Ook zocht mijn moeder in haar vriezer naar iets wat ik mocht eten. Met succes, er kwamen rode pepers (uit haar eigen tuin) te voorschijn. Vandaag kreeg ik van Robbers en van den Hoogen zelfs twee wijnen van de Wageningse Berg mee om te proeven. De witte wijn is erg lekker, de rode proeven we morgen. Ook moet ik Ron van Veluwse Streekproducten niet vergeten. Dankzij zijn enthousiasme en behulpzaamheid is het Veluws Stoofpotje op tijd binnengekomen met de post. Zondag eten we daar friet bij, gebakken in hazelnootolie.

Behalve thee en chocolade mis ik eigenlijk weinig. Gister heb ik zelfs een goddelijke pastasaus gegeten, mede dankzij de fantastische basis-saus van Tas-Toe uit Bemmel en de zelfgemaakte pesto van geklaarde boter, peterselie uit de tuin en walnoten van mijn oma. Daarna heb ik ook nog een kaasplankje gemaakt met drie verschillende streekkazen, walnoten, Doesburgse mosterd en een rode wijn. Dat kan je toch geen afzien noemen.

Hoe aardig en behulpzaam iedereen ook was, het is wel moeilijk om geconfronteerd te worden met de manier waarop wij met ons voedsel omgaan. Nu ik veel meer met voedsel bezig ben word ik ook steeds meer geconfronteerd met de vervelende kanten hiervan.

Zo kwam deze week in het nieuws dat we in Nederland 40% van ons voedsel weggooien. Om dat te verminderen bestaan er gelukkig veel initiatieven zoals Damn Food Waste. Bij 5000 aanmeldingen organiseren ze op 8 juni een gratis lunch in Amsterdam van eten wat anders weggegooid zou worden. Je kunt je nog aanmelden >>

Vanochtend keek ik de documentaire More than Honey, waar antwoorden worden gezocht op het probleem van de bijensterfte. Dertig procent van wat we eten is afhankelijk van de bestuiving door bijen. Als de bij uitsterft heeft dat grote gevolgen voor onze voedselvoorziening. Hoe heeft het zo ver kunnen komen en wat kunnen we doen om het tij te keren? Vanaf aanstaande donderdag kan je het zien in de bioscoop! Zeker een aanvulling op alle andere documentaires over ons voedselsysteem zoals Food inc, Our Daily Bread, We feed the World en  De wereld volgens Monsanto. Helaas allemaal films waar de moed je van in de schoenen zinkt.

Ook Monsanto kwam deze week in het nieuws. Het Amerikaanse bedrijf is wereldleider in de genetische modificatie van zaden. En heeft al op honderden producten een octrooi. Dit bedrijf probeert nu via gaten in Europese wetgeving patenten te nemen op komkommers, broccoli, meloenen oftewel op ons dagelijks voedsel. AVAAZ is een petitie gestart om deze waanzin te stoppen. Teken jij hem ook? >>

Om toch wat luchtiger te eindigen, een overzicht van wat ik deze week heb gegeten. In de voedingslijst vind je alle ingrediënten en waar je ze vandaan kunt halen. Nu ook met een aantal foto's!


Maandag: Links het lokale team, rechts het supermarktteam. Naast kaas, hadden we ook spekpannenkoeken, appelpannenkoeken en naturel pannenkoeken gemaakt, belegd met stroop en bramenjam.


Dinsdag: Links het eten van mijn vriend, rechts mijn maaltje: gehakt met champignons, aardappels, snijbiet in rode wijnsaus en kaas. Met een lekker glas rode wijn uit Groesbeek
Woensdag. Een heerlijk pittige maaltijdsoep (onder het lokale team, boven het supermarkt team)

Het toetje van woensdag: yoghurt met bramenjam en appel

Donderdag: boven het supermarktteam, onder het lokale team. Dit keer had het lokale team zelfgemaakte pasta met een goddelijke pastasaus en bijna net zo lekkere zelfgemaakte pesto
Vrijdag: onder de pizza van mijn vriend, rechts de lokale maaltijd: gestoomde groente en aardappels en pastasaus van gisteravond.

donderdag 11 april 2013

Dag 3 Superstreekweken

Dag 3 Super Streek Weken. Maaltijdsoep en als toetje yoghurt met fruit. Benieuwd wat ik verder nog gegeten heb en waar de producten vandaan komen? voedingslijst >>

boven het lokale team, beneden het Supermarktteam

Streektoetje




dinsdag 9 april 2013

Streekproducten, eten als in het Paradijs?

Vandaag zou ik eigenlijk naar Paradijs gaan, een voorstelling over Urban Indoor Farming van De Warme Winkel en Dood Paard, maar dat plan heb ik helaas moeten verzetten vanwege de streekweken. Mijn sociale leven is deze twee weken op een zeer laag pitje gezet. Niet alleen vanwege de tijd die het kost om streekgebonden eten te kopen, maar ook omdat we als team samen eten.

Zoeken
De afgelopen dagen en ook zeker de komende dagen zijn behoorlijk intensief. Gisteravond hebben we, tussen het pannenkoeken bakken door, nog druk gezocht naar 'streekolie'; daarin willen we friet bakken, maar ook pesto mee maken.  Na een lange speurtocht kwamen we uit bij Mobipers in Zoelen. Natuurlijk hadden we geen idee waar dat ligt. We moesten minutenlang onze ratiokaart naast googlemaps leggen, om te ontdekken dat Zoelen net (maar dan ook echt net) binnen de ratio van 40km rondom Arnhem is gesitueerd. Wat een opluchting. Donderdag krijgen we onze walnotenolie en hazelnootolie uit Zoelen binnen. Dat komt goed uit; onze pasta uit Wilp wordt óók donderdag bezorgd. Onze pasta met pesto is dus gered. Vandaag ben ik druk bezig om stoofvlees te regelen (staat zondag op het menu), ook dat gaat waarschijnlijk lukken. Als je daadwerkelijk volgens dit streek-principe eet, dan weet je op een gegeven moment waar je alles vandaan moet halen. Omdat het meeste van kleine leveranciers komt die vaak nog geen website hebben, is het begin wel lastig (Alle begin is moeilijk, toch?)

Afzien
Naast de intensieve zoektocht is het ook gewoon afzien wat eten betreft. Zo heb ik eigenlijk nu al genoeg van het water drinken (gelukkig is er morgen sap, dronk ik vanochtend karnemelk en heb ik vanavond ook al Groesbeekse rode wijn mogen drinken van Wijngaard van Ditshuizen.  (die overigens prima smaakt). Als iemand tips heeft waar ik lokale theekruiden vandaan kan toveren, bel me dan gelijk! (ook als je dit midden in de nacht leest). Als ik thuiskom van mijn werk heb ik erg veel trek, vooral omdat ik tussendoor niets heb kunnen snoepen. Nu ik na twee glazen wijn deze blog typ, heb ik echt heel veel zin in iets lekkers voor erbij. Behalve walnoten en hazelnoten is er helaas niets in huis wat ik mag eten. Dus eet ik nu dan maar een zachtgekookt ei. Zonder zout. Of mayonaise.

Smaak
Links de pasteitjes van mijn vriend,
rechts mijn maaltje van vandaag. 
Gelukkig zijn er ook veel voordelen, de pannenkoeken smaakten gisteravond echt fantastisch (kwam dat omdat ik zoveel honger had of omdat alles echt lekkerder was?). Vanavond at ik ook een heus luxemaaltje, dat niet eens flauw smaakte (ook al is ons kruidenaanbod beperkt).

Nieuwsgierig wat het maaltje was? >>
Ik verheug me nu al enorm op de salade van morgenmiddag met aardappel, appel, ei, yoghurt, mosterd, rozemarijn, winterpostelein, paprika (jawel je leest het goed, paprika's; die komen uit Bemmel) en champignons. Daarbij een sneetje brood van De Streekbakker met roomboter. Heerlijk!


Morgen is de eerste dag dat mijn lunchpakket beter is dan dat wat op de lunchtafel bij Oostpool te vinden is. Geloof me, dat is moeilijk - ook al staan daar ook een aantal dingen op tafel die ik vrijwillig nóóit zou eten, zoals een grootverpakking 'ambachtelijke' vleessalade. Mijn collega Marcus noemt dat treffend 'voedsel uit blauwe buizen'; Hij had op tv gezien hoe fabriekssalades vanuit grote, blauwe buizen in bakjes worden gekwakt.

Wat is er anders nu ik een streekdieet volg?
Ik heb nog nooit zoveel vlees en zuivel gegeten als de afgelopen twee dagen ( en er volgen er meer). Dat ligt natuurlijk deels aan het voorgeschreven menu bij de Streekweken, maar ook aan het feit dat ik nauwelijks kruiden tot mijn beschikking heb. Ik gebruik nu kaas en vlees om mijn maaltijden wat spannender te maken. Op brood eet ik normaal gesproken humus, avocado, hagelslag, amandelpasta en soms vleeswaren of kaas. Nu de vleeswaren snel over datum zijn, moet ik ze ook allemaal tijdig opeten. Ik wil natuurlijk niets weggooien. De drang om alles daadwerkelijk te consumeren heb ik altijd al, maar is nu nog sterker; we hebben immers niet voor niets zoveel moeite gedaan om al die producten te krijgen.

Ik eet en drink normaal gesproken geen zuivelproducten. Als vervanging drink ik dan rijstmelk (waar ik ook mijn muesli mee maak). Dit omdat ik een heel lichte vorm van Psoriasis heb (huidziekte), en wei-eiwit - vast ingrediënt van de meeste zuivelproducten - mijn uitslag kan verergeren.

Vaak eet ik een stukje pure chocola na het avondeten en snoep ik soms wat (gepelde) amandelen. Ook eet ik veel fruit. Mijn favorieten: kiwi, banaan, appel, peer, ananas. De chocola mis ik het meeste. Het is helaas onmogelijk om hier een streekgebonden variant voor te vinden. Mijn liefde voor groenten lijdt vooralsnog niet onder het project, maar ik ben blij als ik straks weer zomergroenten en zomerfruit kan eten.

Eigenlijk kan ik na twee dagen nog geen conclusies trekken. Misschien vinden we nog thee, wellicht wen ik eraan dat ik veel minder suiker binnenkrijg dan normaal. Ik schrijf er snel over in een van mijn volgende blogs.

maandag 8 april 2013

Dag 1 Streekweek: Pannenkoeken

Dag 1 Super Streek Weken. Na 1,5 uur en een kapotte kookplaat zijn we eindelijk aan het eten.. Pannenkoeken met kaas, jam, kaas en stroop! Links het streekteam en rechts het supermarktteam.






















Benieuwd wat ik verder nog gegeten heb vandaag? voedingslijst >>

zondag 7 april 2013

Streekweken en boekentips


Wist je dat Nederlanders 13% van hun inkomen besteden aan eten vergeleken met 10% van de Amerikanen en 15% van de Fransen en Italianen. De Spanjaarden besteden zelf 17,1 % aan eten.

Nu ik elke dag zoveel met eten bezig ben, moet ik oppassen dat het niet alles overheerst. De hele dag bezig zijn met wat je eet en waar het vandaan komt, lijkt al best op Orthorexia (de officiële term voor mensen met een ongezonde obsessie voor gezond eten). Toen ik met dit experiment begon, besefte ik niet dat het zo ontzettend veel werk zou zijn. Gelukkig is de eerste week van april alweer voorbij. 

Na een lunch op mijn werk - witte bolletjes (26 verschillende ingrediënten), knakworst (21) en mosterd (15) (zie 4 april in de voedingslijst) - heb ik bij mijn avondeten het aantal ingrediënten drastisch beperkt. Niet omdat ik geen zin had om alles op te zoeken, maar vooral omdat ik behoefte had aan ‘puur’ voedsel. Door alles bij te houden, wordt ik me steeds bewuster van wat ik allemaal eet. Ik verwacht dat vooral de komende twee weken veel zullen veranderen aan mijn toekomstige eetpatroon.

Vanaf maandag aanstaande mag ik - samen met een deel van het Dynamic Food team - een week lang alleen streekproducten eten. Om het nog moeilijker te maken, houden we een vast menu aan, gebaseerd op wat Annelou (initiator Dynamic Food) normaal eet. Een aantal dingen komt niet uit de regio, maar wordt wel gebruikt in streekproducten. Zout en suiker, bijvoorbeeld, zijn deze week verboden. We hebben een aantal regels opgesteld:

Regels Streekteam
  • Producten moeten binnen veertig kilometer rondom Arnhem afkomstig zijn
  • Bij een verwerkt lokaal product moet het hoofdingrediënt in de regio geproduceerd zijn.
  •  Zoveel mogelijk biologisch
  • Zoveel mogelijk seizoensgebonden
  • Voorkeur voor producten van het land en niet uit de kas 

De week erna mag ik alleen supermarktproducten eten, dat scheelt me niet alleen veel tijd maar ook veel geld. Naast mijn werk en zonder auto valt het nog niet mee om je aan deze regels te houden. Gelukkig kon ik dit weekend al wat voorbereidingen treffen en ging ik afgelopen zaterdag naar de wekelijkse boerenmarkt in Arnhem en vandaag naar de sonsbeekmarkt, waar ook een aantal streekproducten worden verkocht.



Dit weekend heb ik gemerkt dat ons experiment niet gemakkelijk is. April is al een moeilijke maand omdat de wintervoorraad nu grotendeels op is en de meeste dingen nog niet groeien, maar het koude en droge weer van maart heeft het nog veel erger gemaakt. Nog steeds geen blaadjes aan de bomen en in mijn volkstuin zijn alleen de rabarber en bieslook voorzichtig aan het groeien. Daarom begon ik mijn zoektocht gister op de boerenmarkt. Bij de groentekraam van De Hooge Kamp hebben ze voornamelijk producten uit Nederland en op dit moment alleen nog aardappelen, prei, snijbiet en bieten. De overige groenten en zelf de uien kwamen helaas buiten de straal van veertig kilometer. De kraam ernaast (Rivier en Land) had nog verschillende soorten appels en ook champignons. De peren kwamen uit Argentinië (de marktkoopman leek zich er enigszins voor te schamen).
appelsoorten bij de kraam van Rivier en Land

Gelukkig reageerde iedereen erg enthousiast op mijn vragen. De vrouw met het kraampje vol streekproducten ging tussen de potjes en pakken op zoek naar dingen die ik mocht eten. Ze kon me blij maken met een paar potjes jam, honing, pannenkoekenmix en mosterd. De pasta uit Duitsland viel helaas net een paar kilometer buiten onze cirkel.

De drie kaaskramen hadden voornamelijk kaas uit Noord Holland. ‘Nee mevrouw, Gelderland staat nou niet bepaald bekend om zijn kazen’, mompelde één van de kraamhouders spottend. Gelukkig konden ze me bij Van Dee blij maken met schapenkaas uit Rhenen en bij het Zuivelhoekje op de Steenstraat verkopen ze eieren uit Ede, melk van Zuivelboerderij IJsseloord (Arnhem-Zuid) en Brandrood kaas uit Ede en Old Remeker uit Lunteren.

Bij slagerij De Groene Weg wisselt het aanbod wekelijks. Deze week kon ik alleen terecht voor rundvlees, maar volgende week kon ik het gerust nog een keer vragen.

De aardrijkskundige kennis van de meeste verkopers (en ook van mezelf) is soms niet toereikend. Bij De Groene Weg dook de verkoper even achter de computer om op te zoeken waar de bedrijven van de leveranciers nou precies liggen en bij de groentekraam kreeg ik hulp van een aantal klanten. Veel mensen vonden het experiment erg leuk en probeerden volop mee te denken.

Op de streekmarkt in Sonsbeek bleek helaas erg weinig te vinden binnen de ratio van veertig kilometer. Toch opmerkelijk voor een markt die om streekproducten draait. Gelukkig waren er pastasaus en paprika’s uit Bemmel (wel uit de kas) en verkocht De Witte Watermolen pastameel en ook stroop. Honing, Kaas en jam waren er ook, maar die had ik de dag ervoor al ingekocht. In het Openluchtmuseum worden diverse streekproducten verkocht, maar alleen het bier en het brood van de bakker komen uit Arnhem: het bier gebrouwen en het brood gebakken in het museum zelf).

bieslook in de tuin

de volkstuin
de rabarber komt voorzichtig de grond uit gekropen
Gelukkig kan ik ook uit mijn eigen voorraad putten. Zo heb ik nog walnoten uit de tuin van mijn oma in Nijmegen, hazelnoten van de bomen in de Burgemeesterswijk, pompoen uit de moestuin (ingevroren), gedroogde rozemarijn en tijm (ook uit de moestuin), verse peterselie en bieslook uit de tuin (kan net). De tuinkers heb ik nog even snel gezaaid. Al met al toch een redelijk schamele oogst. Gelukkig ben ik niet de enige in mijn team en hoeven we sowieso geen honger te lijden.

Boekentips
Ik heb mijn oud-collega Arno beloofd vandaag ook wat over de boeken van Michael Pollan te schrijven. Daar was ik van de week al mee bezig, maar ik heb geen gelegenheid gehad het af te maken en te uploaden. Michael Pollan heeft diverse boeken geschreven, waaronder ‘Een pleidooi van echt eten’ en 'The Omnivore Dilemma' en 'Een handleiding voor echt eten’. In dat laatste boek heeft hij vierenzestig eetregels opgesteld, gebaseerd op het principe ‘Eet echt eten. Niet te veel. Vooral planten’. Twee voorbeelden: ‘Mijd voedingsproducten die meer dan vijf ingrediënten bevatten’ en ‘Het is geen voedsel als het in elke taal hetzelfde heet’. Bij de laatste regel gaat het over producten zoals de Bic Mac, Cheetos of Pringles)

Volgens Michael Pollan is ons westerse voedingspatroon de laatste jaren zodanig veranderd dat vier van de tien voornaamste doodsoorzaken direct verband houden met ons voedingspatroon: hart- en vaatziekten, diabetes, beroerte en kanker. Ons lichaam zal zich in de loop van enkele duizenden jaren wellicht aanpassen aan de stoffen die we nu in ons lichaam proppen, maar dat betekent dan wellicht wel dat we ziek zullen worden van natuurlijk voedsel.

Pollan schrijft dat we steeds meer dingen uit ons voedsel zijn gaan verwijderen die slechte eigenschappen hebben (bijvoorbeeld suiker) en deze hebben vervangen door ‘minder schadelijke’ alternatieven. We stoppen bijvoorbeeld bepaalde eigenschappen van een kiwi in een ander product om zo het aantal calorieën te beperken, of om te zorgen dat we dagelijks voldoende vitaminen innemen (zonder daarvoor fruit te hoeven eten). Omdat de westerse boeren in het verleden bijna allemaal de kwantiteit verkozen boven de smaak van de verbouwde producten, is de kwaliteit van de oogst erg achteruit gegaan. Zo bevatte een appel uit 1940 bijvoorbeeld drie keer zoveel ijzer als een appel van nu.

Ook stelt Pollan dat we steeds eenzijdiger eten. Zo is 75% van de plantaardige oliën afkomstig uit soja en meer dan de helft van de zoetmiddelen uit maïs. Dit is omdat soja en maïs veel vet en eiwitten bevatten, en omdat ze goedkoop zijn (met name vanwege de subsidies die o.a. de Amerikaanse overheid boeren geeft). De afgelopen dagen heb ik, al onderzoekend, inderdaad ook zelf gemerkt hoeveel maïs en soja er aan mijn eten wordt toegevoegd. Veel toevoegingen bevatten één van de twee ingrediënten. Volgens Michael Pollan krijgt de gemiddelde Amerikaan zo zelfs 554 calorieën per dag binnen via maïs en 257 voor soja.  Ik kan nog even doorgaan over deze man, maar ik raad je aan zijn boeken zelf te lezen. Je hoeft het natuurlijk niet altijd met hem eens te zijn (dat doe ik ook niet), maar het is zeker interessant.

Een ander interessant boek over eten is Hongerige Stad van Carolyn Steel, waarin ze de vertelt hoe steden 'eten'. Het is een verkenning van ons consumerende leven, met Londen als case study. Carolyn volgt de reis van het voedsel over land en zee naar de stad, via markt en supermarkt naar de keuken en tafel, naar de vuilnisbelt en weer terug in het milieu. Ze gaat helemaal terug in de geschiedenis en neemt ons mee naar nu. Ze schrijft over de ontstaansgeschiedenis van de supermarkt, de eerste kookboeken, de inrichting van keukens, eetgewoontes van verschillende culturen door de jaren heen en nog veel meer.  

Natuurlijk zijn er nog veel meer boeken over eten. En dan heb ik het niet over kookboeken. Mocht je nog literatuurtips hebben dan hoor ik ze overigens graag!

Voedingslijst >>

woensdag 3 april 2013

Waarom mag ik (niet) weten waar mijn eten vandaan komt?

Maandag schreef ik dat je in de lokale pizzeria niet zomaar de koelkast kon opentrekken.
Dat is misschien waar, maar bij sommige restaurants zijn ze echt erg open over wat ze serveren. We aten vandaag bij Bosch en daar noemde gastheer Stef alle gebruikte ingrediënten op. Als ik later nog vragen had, dan kon ik deze gerust stellen. Bij Bosch hebben ze een veelal biologische kaart en maken ze het brood en de koekjes zelf. Op de menukaart staat dat vlees-en zuivelproducten van de Lindenhoff komen en de paardenbiefstuk van slagerij Ernste uit Arnhem. Zelfs over de herkomst van de bloemen op tafel wordt nagedacht. Ook niet onbelangrijk is dat het eten vandaag heerlijk was. Maar genoeg reclame voor Bosch.

Dat het ook anders kan, bleek gister toen ik brood kocht bij La Place. Bij La Place lijkt alles heel groen en duurzaam, omdat er overal staat dat La Place werkt aan 100%natuurlijk, regionaal, biologisch, caloriebewust en duurzaam.





(bron afbeelding: www.laplace.nl)


Het kassameisje kon me helaas niets vertellen over de herkomst van het brood. Dat kan natuurlijk, maar ik besloot een mail te sturen, omdat ik graag wilde weten waar mijn brood dan vandaan kwam. Het antwoord was als volgt:

Graag kom ik terug op uw vraag. Onze ingrediënten komen uit Nederland en België. Helaas kunnen wij onze leveranciers verder niet prijsgeven.

Met vriendelijke groet,

Marissa Willemse
Consumentenzaken La Place

Dat was alles. La Place gebruikt allemaal mooie woorden, die ook nog eens helder gevisualiseerd worden waardoor je ze al snel koppelt aan de producten die dat dus (nog) niet zijn. Er wordt duidelijk gecommuniceerd dat er aan gewerkt wordt en hun website lijkt erg transparant. Ze hebben zelfs een kopje over het Bakkerszout in het brood. Wat is dan mijn probleem? Ik vind het erg discutabel dat ze al erg lang communiceren dat ze aan de verschillende kenmerken werken, maar dat het blijkbaar niet mogelijk is ze te realiseren. Kortom, ik voel me een beetje bedrogen.

Waarom is het eigenlijk zo belangrijk om je leveranciers af te schermen? Zijn bedrijven bang dat de concurrentie deze dan ook ontdekt en je inkoopprijs hoger wordt?  Schamen ze zich voor hun leveranciers? 

Gelukkig zijn flink wat bedrijven ook echt trots op hun producten, zoals de mensen van Fairtrade,  Piramide thee of de vrolijke mannen van Willem&Drees. Niet alleen staat op de verpakking duidelijk waar  de producten vandaan komen, ook op de betreffende websites wordt uitgebreid verteld over de leveranciers.  Bij Bio+ kan je zelfs vinden van welke soort kip je kipfilet komt (Nederlandse Kemperhoen) Ik word daar eigenlijk best wel vrolijk van. Het geeft me meer vertrouwen en het geeft me een goed gevoel over wat ik eet.

Natuurlijk geloof ik niet zomaar alle mooie praatjes, en klinken sommige verhalen toch iets minder geloofwaardig en soms zelfs ronduit belachelijk. Ik zit niet te wachten op weidemelk van koeien die in de zomer wel vrolijk in de wei mogen rondrennen, maar daarna gewoon weer terug gaan in hun veel te kleine stal, om zo het label weidemelk te mogen dragen. Het leven van vrije uitloop- of scharrelkippen blijkt overigens ook al niet zo gelukkig te zijn als de plaatjes op de verpakking ons doen geloven. Trouw heeft de ruimte per kip overigens heel helder gevisualiseerd in een artikel op 27 februari. Naar het artikel >>

Is het eigenlijk belangrijk om altijd te weten waar mijn eten vandaan komt? Is het eigenlijk wel mogelijk? Het probleem is dat als ik het niet mag weten, ik achterdochtig wordt. Ik koop dan dus liever het 'zelfgemaakte' potje mosterd op de boerenmarkt dan een potje in de supermarkt. De kraamhouder kan me vertellen waar zijn product vandaan komen, en vertelt me er soms een persoonlijk verhaal bij. ik hoef hem alleen maar te geloven. Ik kan niet weten of de eieren van de boer wel echt van de kippen op het erf komen, maar ik weet ook niet of een hamburger van rundvlees eigenlijk wel van rundvlees is (ook al staat op de verpakking waar het vandaan komt).  Tot slot staat er vaak Made in .... op een product. Dat zegt natuurlijk niets over waar het gemaakt is, maar alleen maar iets over waar het verpakt is.

Alles wat ik deze maand eet hou ik bij op deze blog, in een voedingslijst. Hierin staat (als ik het kan vinden) waar het eten vandaan komt en vind je links naar diverse pagina's die meer uitleggen over bijvoorbeeld E-nummers en andere ingrediënten. Benieuwd wat ik de laatste dagen gegeten heb? voedingslijst >>